Sinds 1 januari 2021 kan je als cultuurwerker niet meer ingeschakeld worden als verenigingswerker.  

Tot voor deze datum konden cultuurwerkers als verenigingswerker bijklussen. Cultuurwerkers die al werkten als werknemer (minstens 4/5e), als zelfstandige in hoofdberoep of gepensioneerd waren konden op die manier in beperkte mate onbelast bijverdienen voor een bedrag van 6.340 euro per jaar (aj 2020). Ook diensten van burger aan burger onder de bijkluswet, zoals muziek-, teken- of knutselles, zijn niet meer toegelaten.

Het Grondwettelijk Hof heeft deze regeling vernietigd in april 2020.  Volgens het Hof was het verschil in behandeling met het vrijwilligerswerk of met een normale tewerkstelling niet verantwoord.

Eind december 2020 werd een nieuw wetsvoorstel aangenomen waarin het statuut van de verenigingswerker behouden blijft voor de sportsector vanaf 1 januari 2021.  Net zoals voorheen heb je nog steeds een hoofdstatuut nodig (werknemer, zelfstandige, pensioen) waar je tot 6.340 euro (aj. 2020) kan bijklussen, maar er zijn ook een aantal nieuwe regels.  Zo moet er een solidariteitsbijdrage van 10% op het verenigingswerk betaald worden en is het verenigingswerk beperkt tot maximaal 50 uur per maand. Daarnaast gelden er regels rond rusttijden en de beëindiging van de overeenkomst.  

De nieuwe wet beperkt het toepassingsgebied van de verenigingswerker tot de sportsector. Cultuurwerkers binnen de cultuursector kunnen geen beroep meer doen op dit statuut.

Meer info over het verenigingswerk.